|
|
Een jongen -Andrei-
gaat uit vissen
Opgeladen door verhalen van zijn schoolkameraden gedurende de pauzes gaat onze
vriend na school zijn hengelspullen klaarzetten en doet een paar sneden brood in een
zakje om mee te nemen. Neemt zijn vaste hengel mee en gaat ergens aan een groot meer zitten.
Voert wat. wachten, praat wat met zijn vriendjes via de mobiele phone. Gebeurt niet veel. kleine beetjes, kleine visjes.
Als hij naar huis gaat gooit hij het laatste brood in het water. Wanneer hij alles opgetuigd heeft ziet hij kleine visjes zijn broodkruimels opeten.
Dan ineens een boeggolf als van een klein bootje. Visjes springen omhoog het water uit.
Onze vriend gelooft het niet, want de vis die de boeggolf veroorzaakt slaat met zijn staart
en spettert hem nat en dat zeker op 10 meter afstand. De staart en het water is het enige
dat onze vriend nog ziet. Daarna is het stil. Hij wacht nog zeker 20 minuten om te zien of het spektakel zich herhaalt, maar
het water is net zo onwerkelijk stil als bij hem thuis het ligbad. Hij fietst naar huis en kan nog maar aan een
ding denken: wat was dat?
De volgende dag op school spreekt hij er met niemand over. Wel hebben een paar vrienden van hem KANJERS gevangen.
Foto's? dat waren ze vergeten, ehh geen camera meegenomen. Vreemd, want er zijn genoeg sites die graag de grootste vissen,
en de visser die ze gevangen heeft met naam, toenaam en foto's vermelden. Hij is zelfs zo stil dat het zijn vriendjes opvalt omdat hij altijd wel een verhaal
heeft als het over grote vissen gaat. Hé, Andrei, heeft een vis je tong opgegeten? Ha ha ha, heeft een tong je tong opgegeten?
Gedurende de lessen van die ochtend is Andrei helemaal van zijn apropos.
Punt een: Wat kan dat voor vis zijn. Punt twee: hoe vang ik die? Gelukkig heeft Andrei die middag geen les en zodra het sein van het leseinde klinkt
veert hij op uit zijn stoel en weg is hij naar huis. Tijd voor een boterham neemt hij niet. Hij neemt een paar sneetjes extra brood mee
voor het geval dat hij honger zou krijgen. Visspullen en hengel mee, en zijn
werphengel, een spinhengeltje. Op de fiets zo snel als hij kan naar de plek van gisteravond.
Daar aangekomen zit er al iemand op zijn stek! Aiaiai...! Er is geen andere plek want deze plek is helemaal vrijgemaakt tussen het riet en is er
een plateautje gemaakt waar de visser kan zitten.
Onverschillig vraagt hij aan de man, een oudere persoon 'of ze bijten'. Of ze bijten? vraagt hij? Man. Ik heb nog nooit zoiets gezien, er moet hier een monster
zitten van wel twee meter of nog langer... Hoe dat zo vraagt Andrei. Nou zegt die man, ik kreeg straks beet van een voorn of zo, ik
heb 'm niet gezien en toen ik 'm wilde binnenhalen, ineens een ruk, ik dacht dat m'n arm
uit de kom schoot. Sjonge, wat een klap. Alles eraf, vis, haak, zelfs het lood was door
die klap wel dertig centimeter omhoog geschoven. Kijk daar maar, want ik heb de lijn nog
bewaard. Je kon zien dat de lijn compleet was afgebeten door een of ander vlijmscherp vissengebit.
'Maar helaas, ik moet zo naar huis, anders had ik het nog een keer geprobeerd.'
Muziek in Andrei's oren. O, dus ik kan hier dadelijk gaan zitten? vraagt Andrei om er wat
vaart in te zetten. Ja, ja, ik ben zo weg, maak je spullen maar vast in orde jochie.
Maar al te graag. Tegen de tijd dat Andrei klaar was had de man ook zijn spullen
opgeruimd en alles ingepakt om te vertrekken. Wil je nog een paar maden en wormen? vraagt de man en Andrei neemt ze dankend in ontvangst.
Na een vriendelijke groet en 'succes' vertrekt de man. 'Eerst een paar kleintjes vangen denkt Andrei en doet een stukje brood aan zijn haak.
'Dat moet een rotsnoek zijn, anders kan het niet' maalt het door zijn hoofd.
Als er na een kwartier nog geen leven is geconstateerd, probeert Andrei het met een paar maden.
Ook nog even een paar maden voeren, mikken rond de dobber en weer wachten.
Dan, na tien minuten beweegt de dobber zachtjes en ineens...weg! Slaan! Te laat, niks, opnieuw
nieuwe maden eraan en uitgooien. Op dezelfde plek. Ja, ja tik, beet! Een voorn.
Behendig haalt Andrei de vis binnen, met blote handen want hij moet nog voor een net gaan sparen.
Ja, zijn klasgenoten krijgen alles van hun rijke ouders, maar die heeft Andrei niet. wel een paar
dure broers die naar de middelbare school gaan en er dus schuld aan zijn dat hij voor alles
zelf moet sparen.
Maar ja, that's life zullen we maar zeggen.
Als hij de vis op het droge heeft denkt hij maar aan een ding: deze vis zo snel mogelijk als
aas op de werphengel zetten om dat monster te vangen. Grote dobber en lood op de hoofdlijn,
wartel, onderlijn met grote haak en tegen de bodem vissen. Hij zet zijn dobber op twee meter.
Hij kan de vis niet uitgooien met de werphengel want die is veel te slap voor het grote
gewicht van de voorn en buigt dus helemaal door. Ook kan hij niet ver genoeg opdraaien omdat
zijn dobber er voor zit. Ondieper vissen heeft geen zin. Molen openzetten, hengel vastzetten tussen een paar stenen en dan de vis met de handen
uitgooien op hopelijk de goede plek. 'De....discuswerper' werpt de vis uit,
niet te hard dat ie doodsmakt, niet te zacht anders ligt ie te dicht bij de kant. Ja, je mag eigenlijk niet meer met levend aas vissen, maar deze
gaat toch zo dood beredeneert Andrei, zeker gezien zijn ...ahum worp. Hmmm niet zo best, maar ja hij ligt in het water. Er is door het gooien veel draad afgewikkeld
en Andrei moet het overtollige draad weer goed op de molen wikkelen. Sjees, zit in de war, om de molen gewikkeld
en in een knoop. Nog een geluk dat het niet tijdens de worp gebeurd is anders had hij het hele
zaakje met hengel en al kunnen afschrijven. Gejaagd en mopperend begint hij aan die klus.
Hoe is het toch mogelijk dat die draad zo in elkaar gevlochten wordt-binnen een fractie van een seconde denkt ie, met de rug naar
het water. In een moeilijke positie, hengel tussen zijn benen, een beetje krom staand en prutsen
aan dat nylon. Hoe intensief is hij daarmee bezig, wel vijf minuten, knoopje zus losmaken, dan
onderdoor halen, knoopje zo losmaken en terugdoen en weer tien centimeter op de molen wikkelen
....dan ineens trekt iets of iemand hem achterover. Hij raakt uit positie, is zijn evenwicht kwijt, wankelt en komt ten val.
Zijn hengel is uit zijn handen geschoten en nadat hij zich herstelt van de val, duikt hij hem
achterna. Als hij de hengel nog maar net vast heeft wordt die weer met een ruk uit zijn handen
getrokken. Vlug, dat ding achterna. De hengel verdwijnt in het water.
Andrei gaat erachteraan en doet verwoed een poging om met een haalbeweging van zijn hand de hengel weer terug te vinden.
Hij voelt de kurken handgreep van zijn hengel en omklemt die met alle kracht die hij heeft.
Al is het ook het laatste wat ik op aarde doe, die hengel laat ik niet meer los!
Tot aan zijn middel staat Andrei in het water met de hengel in zijn hand. Het voelt of er aan
de andere kant van de hengel een volwassen kerel met twee handen staat te trekken met de bedoeling
om Andrei de kans te geven te gaan waterskieen. Omdat het tuig nog steeds in de knoop zit en vast
om de molen kan hij ook geen draad geven om de vis te drillen. Het gaat er dus om wie nu het
hardst trekt. De vis of Andrei. Andrei klampt zijn wijsvinger om de steun van de molen om nog
beter grip te hebben en om zo zijn hengel niet kwijt te raken en dan.... striiiiuuunnnnggg-kets.
Hij slaat bijna achterover omdat de tegendruk wegvalt, draait zich snel om en kan door zijn voet
in een goede positie te plaatsen nog net voorkomen dat hij plat het water ingaat.
Dan maar naar huis. Met een kletsnatte broek op zijn fiets met al de visspullen en zonder vis!
Wie komt hij daar tegen? Daan die grote branietrapper en opschepper waar hij het niet zo mee
opheeft. Daan kijkt hem aan en zegt niets. Een kleine gemene glimlach kan Daan niet inhouden
als hij de natte broek van Andrei ziet, samen met zijn hengelspullen. Nog een ander
vriendje Gerrit komt hij tegen, die het ook ziet. 'De volgende keer kun je mijn schepnet wel
lenen, sneert hij, hoef je niet meer uit de broek!'
De volgende dag op school. Van wie moet Andrei het hebben? Juist, van Daan want die heeft zijn
uiterste best gedaan om zijn vrienden te vertellen dat Andrei uitgegleden was. Ook vriendje Gerrit
die het beaamt kan de hele klas van het verhaal overtuigen. Afgang. Andrei kan natuurlijk ook
vertellen wat hem overkomen is, maar wie gelooft hem? Opschepper-kletsmajoor zullen ze hem
naroepen. Met de staart tussen de benen houdt hij zich de rest van de schooldag heel stil en
afwezig. Wacht maar!
'Ik heb een zwaardere hengel nodig' is de volgende gedachte die in dit verhaal naar voren komt.
Die gedachte komt natuurlijk bij onze vriend Andrei op. Wie heeft die en waar staat die? Of zelf een maken... Vroeger vingen ze ook grote vissen met een
bonenstaak, een stuk koperdraad eraan en een kromme spijker. Zijn Opa zaliger deed dat zo. Opa...Opa?
Had die niet een broer die ook viste? Hij daarheen. Vijf kilometer verderop. Dag oom Hent, hoe
gaat het met u? Wat? zegt oom Hent 'ik kan je niet verstaan'. Als Andrei wat dichter bij oom Hent
gaat staan en het nog een keer vraagt zegt oom Hent: Jongen ik ben links doof en rechts
hoor ik niks. Dan denkt Andrei aan dat mopje van hoe je een dove een paard aanbiedt: Zo
hard mogelijk schreeuwen en vragen: WIL JIJ EEN PAARD KOPEN? 'OOM HENT, IK HEB EEN HENGEL NODIG!' Wat? zegt oom Hent, ga je kranten venten?
Hellup. Doof als een kwartel, maar ik moet toch die hengel hebben. Dan komt zijn vrouw tante Bea naar buiten en die vraagt aan mijn oom: Wie staat hier zo hard te
schreeuwen? Ik kan het in de kelder horen! Ach zegt oom Hent, ik moest de vogels op het land
verschrikken want die vreten alle tarwe op en toen kwam Andrei toevallig voorbij. Het heeft geholpen,
ze zijn allemaal weg! Tante Bea begroet mij zeer hartelijk want die had ik ook al geen
tijden meer gezien.
Maar, vertel het eens Andrei, wat kan ik voor je doen. Zullen we samen eerst een kopje thee drinken?
'Bé' roept oom Hent naar binnen, 'zet dat rare hoedje es af en ga es thee zetten voor ons neefje!'
'Doe het zelf' horen we tante zeggen vanuit de garage. 'Wat zeg je? Ik ben doof, kan je niet verstaan'
roept oom weer terug. Gemor uit de garage en na een kwartier... toch thee.
Oom Hent is een visser in hart en nieren, dus hééééle verhalen. Zelf vermoed ik dat als ik hem
meeneem er meer gekletst wordt dan dat er wordt gevist. Andrei ziet in de hoek een wandelstok liggen.
Hmm, die moet van Oom Hent zijn. Oom Hent, vraagt hij, gaat u morgen mee vissen? U bent daar zo goed in
als ik uw verhalen mag geloven... Nou zegt oom Hent, om eerlijk te zijn, ik ben de laatste tijd een
beetje moeilijk ter been en dat hele eind naar de waterkant... Ha, denkt Andrei, die gaat dus mooi niet mee!
'Maar vooruit, als ik jou daar een plezier mee kan doen...' Da's minder denkt Andrei dan. Maar hij
herstelt zich op tijd door te zeggen: 'als u die snoekenhengel meeneemt zorg ik voor eten' oom Hent
kijkt mij donker aan 'en voor drank ehhh drinken...' kan hij dan nog net op tijd toevoegen.
Morgenvroeg om zes uur hier zegt oom. Wat oom zegt is wet. Andrei rekent: van zes tot acht zijn twee uur
school begint morgen om negen uur met twee uur lichamelijke oefening. Ja, blessure opgelopen tijdens
mijn val bij het vissen. Dat weet de hele school, dus.... ziekmelden. Vanavond nog. Morgen vrij!
Vijf uur...DRIIING........DRIIING met een rotklap zwijgt de wekker. Bed uit en kijkt naar buiten,
Pijpenstelen! 'Goede God, wilt u alstublieft de regen stoppen, oom Hent en ik gaan vissen... enne
als het kan laat u dan die grote vis weer bijten?' Andrei weet niet of God in schietgebedjes trapt, maar
het regenen hield op op het moment dat hij de deur uitging. Typisch...! Drie minuten voor zes belt Andrei bij oom Hent aan. Knorrig doet hij even later de deur open:
'Je bent te vroeg!' Dan zegt Andrei: Wat zegt u? 'Je bent te vroeg zeg ik' 'Sorry, wat zei u nou zonet,
u praat binnensmonds.' 'JE BENT TE VROEG ZEI IK' zo hard als hij kon. Dan: vanuit de
slaapkamer: 'Hé schreeuwlelijk, er zitten zo vroeg nog geen mussen in de tarwe.' Andrei weer: 1-1
Oom kan het waarderen en een kwartier later zijn ze op weg naar HET avontuur.
Er is niemand bij het water. Er is niemand op de stek. Samen gaan ze sluipend naar de plaats des
onheils en maken de boel gereed. Andrei had al heel voorzichtig tegen oom Hent gezegd dat er zich hier een
groot dier onder het wateroppervlak bevindt, dus hij weet ervan. Oom Hent laat Andrei trots de 4 meter lange hengel met pinkdikke top zien waar het hem om te doen was
geweest. Alleen hij wist niet dat deze zo robuust was. Een hengel met avontuur,
dat kon je zien en als deze hengel zou kunnen praten zouden we waarschijnlijk niet aan vissen toekomen.
Als hengels konden roesten, zou er trouwens van deze niet veel meer over zijn dan het handvat.
Met een klein gardje vangt Andrei snel wat aasvisjes en doet die zo lang in een emmer totdat ze er 'n
stel hebben. Dan ruimt hij mijn gardje op en maakt een tuig gereed voor groot wild om zo maar te zeggen.
Niks niks niks en nog eens niks. Om half tien ruimen ze de boel op nadat ze eerst alles genuttigd
hebben wat ze hadden meegenomen - minder ballast. Wat kan die oom Hent boeren zeg! Nou nou.
Tien uur zijn ze terug thuis bij oom Hent en na een kopje thee zegt Andrei dat hij er vandoor gaat.
Heb je nog steeds last van doofheid? vraagt oom Hent fluisterend? Nou, hoezo? vraagt Andrei.
OMDAT IK JE AL DRIE KEER HEB GEVRAAGD OF JE DIE HENGEL WILT HEBBEN. Daar gaan alle mussen! en even
later Andrei ook, met hengel! Wanneer Andrei thuis de hengel inspecteert bemerkt hij dat er een slecht stuk nylon op de molen zit en besluit
het eraf te halen. Circa tien meter. Omdat Andrei niet zeker ben dat het verderop goed is spoelt
hij alle draad over op een klos om die te inspecteren. Er zit een dikte op van .40mm, dus die kan wat hebben,
ook dat ene 'wazige'stuk dat net in het midden zit. Andrei wil dat er niet tussenuithalen omdat hij dan moet
gaan knopen en dat geeft altijd ellende. Dus hij laat het zitten en spoelt de molen weer vol.
Drie regendagen gaan voorbij waarop Andrei niet kan gaan vissen. Dan, Zondag moet het weer gaan gebeuren.
Weer vroeg op pad, zelfde ritueel, eerst een paar kleintjes vangen en dan een aasvisje op de werphengel bevestigen
en uitgooien op de plaats waar vismans zit. Dan eindelijk, beet! Andrei ziet een grote zwarte schaduw, die zich snel verwijdert. De vis brengt tijdens de
escape de halve inham waar hij vist in beroering en trekt zijn molen leeg. Nog een paar meter zit erop en Andrei
die het laatste stuk niet wil laten slippen zet de rem op de molen en jawel hoor, de lijn breekt net op dat
wazige stuk waar hij zo zijn gedachten over had. Kwijt. Vis weg. Teleurstelling groot.
'Nieuwe lijn halen'. Andrei durft in de winkel haast niet te zeggen welke dikte. Want nu is het alles of niets
en moet er de dikste draad op die er is Hij bestelt 200 meter .60mm dik en zegt erbij dat hij het gebruikt om
de tuin af te zetten om een stoepje te leggen. Ze kijken wel vreemd als Andrei daar tweehonderd meter van nodig
heeft...
Drie haken in, op en rond de grote aasvis. Dat is het scenario van de ochtend.
Inwerpen: gaat goed. Wachten, wachten...
Dan....een klap op de top. Beet! De vis trekt en blijft trekken. Tot zijn spoel bijna helemaal leeg is, er zit nag maar een paar meter op.
Hopenlijk houdt de knoop waarmee hij het nylon op de molen heeft vastgezet het uit, want er is geen rek meer en dit tafereel doet Andrei
denken aan de eerste keer met de molen en knoop in de draad. De vis trekt Andrei het water in. Hij laat niet los.
Dan zit de vis vast achter een steen? Komt weer los. Andrei begint in te halen. De vis geeft heel langzaam toe...
Dan tjoek, los .... en... weer vast. Waarschijnlijk één haak afgebroken, zit nog vast aan de andere twee haken.
Even later Weer: Tjoek en weer los. Dan voelt het leeg op de draad. Andrei geeft nog een ruk en dan krijgt hij
weer weerstand en zit hij weer vast. Aan de vis, wat het ook mag zijn. Veel meer weerstand dan eerst. Andrei
heeft het zweet op de rug. Haalt binnen. Wil zijn oom Hent bellen maar de batterij van zijn mobieltje is leeg. Ai!
Andrei staat er nu helemaal alleen voor. Dan komt er een schoolvriendje Daan toevallig voorbijfietsen, die grootsmoel...
Die valt helemaal stil als hij ziet hoe Andrei aan het vechten is. Alle bla bla en grootsheid van hem
verdwijnt en hij staat zijn schoolmaat zelfs bij! Als Andrei op een gegeven moment zegt: ga oom Hent halen
en laat hem de riek meebrengen vertrekt hij onmiddelijk. Andrei vecht door en de zwarte schaduw komt steeds dichterbij. Dichterbij en dichterbij. Dan wordt Andrei
bang, want dit is een monster waarvan hij nog nooit had gedroomd.
Een bootje dat daar vastgelegd is wordt met een veeg van de staart bijna omgeslagen.De hengel buigt met de pinkdikke top het water in en naarmate hij het ondier dichterbij haalt komt er
ook steeds meer spanning op de lijn. Als die maar niet knapt! De vis weet van geen ophouden en trekt opnieuw de draad van Andrei's molen. Andrei voelt dat de vis veel
meer kracht dan eerst en besluit om richting de bootjes te lopen die aan een paal liggen afgemeerd.
Half door het water bereikt hij een bootje en stapt erin. Er staat een bordje op verboden mee te varen omdat...
de rest kan hij niet meer lezen, dat is er afgeveegd door regen en wind. De vis trekt nog steeds en Andrei
maakt het bootje los. Hij drijft achter de vis aan naar waar hij hem naar toe sleept.Nu is Andrei wel in staat
om wat lijn in te halen. Voorzichtig draait hij zo'n veertig meter in. Daarbij is hij wel honderd meter afgedreven. Nu weet hij ook wat er verder op het bordje stond, want het bootje
begint langzaam vol te lopen. Het duurt maar vijf minuten voordat het bootje zinkt en Andrei zinkt mee.
Omdat het een vrij zware hengel is duwt Andrei de hengel zo diep mogelijk in het water om niet te zinken,
zodat hij hem bij de top vasthoudt. In feite heeft hij dus een lange wandelstok die hij al zwemmend probeert
aan de kant te brengen. Hij kan zelfs op de hengel steunen omdat die op een gegeven moment de bodem raakt. De vis trekt nog steeds, maar
omdat er nog genoeg draad op de molen zit kan Andrei toch de kant halen. Dan wordt het sjorren, trekken en vieren, geven en nemen, wel een kwartier lang. Het beest komt dichterbij.Andrei staat te knikken op zijn knieën en loopt verder achteruit om niet in de bek van dat monster te
hoeven komen, mocht hij hem aan land kunnen krijgen. Dan, roepend en schreeuwend komen daar Daan en Oom Hent aanlopen. Met een groot stuk touw en een vleeshaak
daaraan vastgemaakt komen ze dichterbij. De vis is nog zo'n twintig meter van de kant en slaat vreselijk
met zijn staart. Daarbij komt het half boven water uit en bij het aanschouwen ervan krijgen allen
hele grote ogen, want zoiets hebben ze nog nooit gezien. Oom Hent komt weer het eerst bij positieven en gaat
met touw en haak het water in en werpt de haak richting ja, nu is duidelijk wat het is; een meerval van ongekende
afmetingen en niet bang. Nu hij dichterbij de kant komt komt Andrei er ook achter waarom de weerstand zo
groot was geworden; hij ziet dat de laatste haak niet in de bek maar onder de borstvin vastzit!
Na een paar worpen krijgt de vleeshaak van oom Hent ineens vat op de meerval en oom Hent zet de haak. Vast!
Met zijn tweeën trekken Daan en oom Hent de meerval naar de kant. Op dat moment breekt Andrei's laatste haak
af en zijn ze bang dat ze hem alsnog kwijt zijn. De meerval slaat geweldig met zijn staart en trekt Daan
en oom Hent het water in. Andrei gooit de hengel aan de kant en grijp het stuk touw dat nog op het droge ligt en
begint met de laatste kracht die er in hem is de vis naar zich toe te trekken. Ondertussen hebben Daan en oom
zich hersteld en beginnen weer mee te doen. Toch nog tien minuten heeft het geduurd en toen hadden we hem
dan ook op het droge liggen. Supermeerval! Net zo lang en zo zwaar als een roeiboot...!
Watte? SUPERMEEEERVAAAALLLL!!!
Ingezonden door: Ton Frazer.
|
|